GEKOELDE OPSLAG IN DE PRAKTIJK:

Temperatuur meten in koelkasten, koelcellen en vriescellen

Het correct meten van temperatuur in koelkasten, koelcellen en vriescellen wordt bepaald door de plaatsing van het meetpunt en het type sensor. Deze factoren hebben directe invloed op de betrouwbaarheid van temperatuurmetingen in gekoelde opslag, zoals opslagruimtes en magazijnen.

De gemeten waarden vormen de basis voor verdere temperatuurregistratie, bewaking of monitoring, afhankelijk van de toepassing.

Wat beïnvloedt temperatuurmetingen in gekoelde opslag?

Luchtstromen en circulatie

Belading en gebruik

Plaatsing van meetpunten

Temperatuurmetingen in gekoelde opslag worden niet alleen bepaald door de ingestelde temperatuur van een installatie. Bij het meten van temperatuur in koelkasten, koelcellen en vriescellen kunnen temperatuurverschillen ontstaan door factoren zoals luchtstromen, belading, gebruiksfrequentie en de positie van het meetpunt. Daardoor geeft een gemeten temperatuur niet automatisch een volledig beeld van de omstandigheden binnen de opslag of magazijnomgeving.

Wanneer is een temperatuurmeting representatief?

Een temperatuurmeting is representatief wanneer de gemeten waarde gebruikt kan worden om uitspraken te doen over de temperatuur in de opslag als geheel. Bij gekoelde opslag, zoals koelkasten, koelcellen en vriescellen, staat een meting daarom nooit op zichzelf, maar wordt deze beoordeeld in relatie tot de functie en het gebruik van de opslag.

De representativiteit van een temperatuurmeting is daarbij bepalend voor de betrouwbaarheid van verdere temperatuurregistratie, bewaking of monitoring op basis van deze meetwaarde.

Een temperatuurmeting is vooral bruikbaar wanneer deze iets zegt over de plekken waar producten daadwerkelijk liggen. Een gemeten temperatuur kan technisch correct zijn, maar toch een vertekend beeld geven als er wordt gemeten op een locatie die niet representatief is voor de opslag. Een meetwaarde is daarom alleen bruikbaar wanneer deze representatief is voor de plekken waar producten zich bevinden.

Temperatuur meten in (medicijn)koelkasten

Aandachtspunten bij temperatuurmetingen in koelkasten en medicijnkoelkasten

Koelkasten worden in de praktijk vaak ingesteld op temperaturen rond 2 ºC tot 8 ºC. Maar dit betekent niet dat de temperatuur overal gelijk is. Door indeling, belading en het openen van de deur kunnen binnen dat bereik temperatuurverschillen ontstaan. Een temperatuurmeting in een koelkast laat daarom altijd de situatie zien op de plek waar wordt gemeten.

Bij medicijnkoelkasten is dit extra relevant. Medicatie wordt vaak op vaste locaties opgeslagen en is gevoelig voor temperatuur-schommelingen. Een gemeten temperatuur moet daarom worden geïnterpreteerd in relatie tot de plek waar medicijnen zich bevinden.

In zorginstellingen, apotheken en laboratoria wordt vaak op vaste meetpunten gemeten, terwijl in andere omgevingen meer variatie voorkomt in plaatsing en gebruik van koelkasten.

Temperatuur meten in vriescellen

Stabiliteit en interpretatie van temperatuurmetingen bij lage temperaturen

Vriescellen worden in de praktijk vaak gebruikt binnen een temperatuurbereik van –15 ºC tot –25 ºC, afhankelijk van product en toepassing. In vergelijking met koelkasten en koelcellen is de temperatuur in een vriescel doorgaans stabieler.

De lagere temperatuur en het minder frequente openen van deuren zorgen ervoor dat schommelingen meestal beperkt blijven.

Toch kunnen ook binnen een vriescel verschillen ontstaan tussen zones, bijvoorbeeld door luchtcirculatie, de plaats van installaties en de manier waarop producten zijn opgeslagen. Een temperatuurmeting geeft daarom inzicht in de omstandigheden op de meetlocatie.

Temperatuur meten in een vriescel draait vooral om het juist interpreteren van een stabiele meetwaarde in relatie tot de opslag en toepassing.

Omdat temperaturen in een vriescel vaak als stabiel worden ervaren, wordt een enkele meetwaarde snel als representatief gezien, terwijl er lokaal toch verschillen kunnen bestaan.

Temperatuur meten in koelcellen

Temperatuurverschillen binnen koelcellen

Koelcellen worden in de praktijk vaak gebruikt binnen een temperatuurbereik van 2 ºC tot 8 ºC, afhankelijk van product en toepassing. Bij het meten van temperatuur in koelcellen speelt schaal daarbij een grotere rol dan bij een koelkast.

Een temperatuurmeting in een koelcel geeft inzicht in de situatie op de specifieke meetlocatie. Afhankelijk van waar wordt gemeten, kan de gemeten temperatuur verschillen binnen dezelfde koelcel.

Het gebruik van een koelcel is vaak dynamisch. Het openen van deuren, logistieke bewegingen en wisselende belading hebben invloed op de gemeten temperatuur, waardoor meetwaarden per moment of zone kunnen verschillen.

Bij het meten van temperatuur in een koelcel is het dan ook belangrijk om rekening te houden met dynamiek binnen de ruimte.

Temperatuur meten in stoven

Temperatuurmetingen in gecontroleerde test- en onderzoeksomgevingen

Stoven worden gebruikt om gecontroleerde omstandigheden te creëren voor testen, conditioneren of kwaliteitscontrole. In veel toepassingen worden temperaturen aangehouden tussen 37 ºC en 42 ºC.

Een temperatuurmeting wordt hier gebruikt om te beoordelen of de ingestelde temperatuur wordt bereikt en gehandhaafd.

Hoewel stoven zijn ontworpen voor een stabiel temperatuurverloop, kan de gemeten temperatuur variëren afhankelijk van belading, testopstellingen en de plaats van het meetpunt. De gemeten waarde zegt daarom iets over die specifieke situatie.

Bij stoven wordt een temperatuurmeting vooral gebruikt om te bevestigen dat de gewenste testconditie wordt bereikt, en niet om uitspraken te doen over een volledige opslagomgeving.

Temperatuur meten in opslagruimtes & magazijnen

In opslagruimtes en magazijnen bevinden opslagmiddelen zich vaak binnen een bredere logistieke omgeving. De temperatuur in deze omgevingen ligt in de praktijk veelal tussen de 15 ºC en 25 ºC. Activiteiten zoals laden en lossen, interne transportbewegingen en wisselende bezetting beïnvloeden hierbij de omstandigheden.

Het meten van temperatuur in opslagruimtes en magazijnen wordt met name gebruikt om deze omgevingsfactoren in beeld te brengen. De gemeten temperatuur zegt iets over de omstandigheden rondom opslagmiddelen, maar vervangt geen temperatuurmeting binnen de opslag zelf.

FAQ

Wat zegt een temperatuurmeting precies? + -

Een temperatuurmeting geeft inzicht in de temperatuur op de plek waar wordt gemeten. De gemeten waarde zegt niet automatisch iets over andere delen van de opslag of ruimte.

Waarom kan een temperatuurmeting binnen één koelkast, koelcel of vriescel verschillen? + -

Binnen gekoelde opslag kunnen temperatuurverschillen ontstaan door factoren zoals luchtcirculatie, belading en gebruik. Hierdoor kan de temperatuur per locatie binnen dezelfde opslag variëren.

Is één temperatuurmeting voldoende om conclusies te trekken? + -

Een enkele temperatuurmeting kan nuttig zijn, maar is niet altijd representatief voor de volledige opslag. De betekenis van een meting hangt af van de meetlocatie en de omstandigheden.

Geldt dit ook voor medicijnkoelkasten en stoven? + -

Ja. Ook bij medicijnkoelkasten en stoven geeft een temperatuurmeting inzicht in de situatie op de meetlocatie en moet deze altijd worden bekeken in relatie tot het gebruik en de toepassing.

Contact met één van onze experts?

Heeft u een vraag waar u liever over wordt teruggebeld door een van onze experts? Vul de onderstaande gegevens in, wij zullen u dan zo spoedig mogelijk terugbellen.

Contactgegevens
Afdeling